De nachtzwaluwachtigen bezetten een speciale ecologische niche van insectivore vogels die jagen tijdens schemering en nacht. In tegenstelling tot vleermuizen of uilen jagen zij niet met behulp van sonar of geluid, maar enkel op het zicht. Zij beschikken dan ook over speciale morfologische- en fysiologische aanpassingen. Het dieet bestaat vooral uit nachtactieve motten, maar ook uit kevers. Aangezien nachtzwaluwen weinig selectief zijn in hun voeding, zal de voedselsamenstelling afhangen van het aanbod. De beschikbaarheid aan insecten kan variëren volgens biotooptype, jaar, seizoen, temperatuur en vochtigheid, maar ook volgens de voorplantingstijd van de insecten.

Naast de ontwikkeling van grote ogen beschikt ieder oog over een gezichtsveld van 180° en kan ieder oog afzonderlijk gedraaid worden om de achterliggende omgeving te verkennen. Bij het openen van de bek kan er langs de snavel gekeken worden waardoor de prooi nauwkeuriger gevangen kan worden. Ook de interne structuur van de ogen is aangepast. Het netvlies bestaat uit een groot aantal staafjes en achter het netvlies komt een tapetum lucidum voor. Andere ontwikkelingen in de kopstreek focussen zich op de ‘verwerking’ van prooien. Tasthaartjes op de bovensnavel vergroten het vangoppervlak, verkleinen de ontsnappingsmogelijkheden voor insecten en beschermen de ogen. Een sterk doorbloed gehemelte en de tastharen op de bovensnavel zouden toelaten snel te reageren bij de vangst van een insect. Een verwijde slokdarm dient voor de opslag en snelle kanalisatie van voedsel. De veren van de nachtzwaluw zijn zacht, zoals bij uilen, dit maakt het voor hen mogelijk geruisloos te vliegen en prooien makkelijker te naderen.

Tijdens ons onderzoek werd in 2012 voor de eerste keer integraal onderzoek gedaan naar de voedselbeschikbaarheid van Nachtzwaluwen. Hierbij werd in verschillende biotopen de beschikbaarheid van voedsel gemeten. Ook werd bij gevangen Nachtzwaluwen de aanwezigheid van prooien in de bek nagegaan. Dit onderzoek kwam tot stand dankzij de hulp van twee studenten van de Universiteit Hasselt, die dit project als hun eindwerk Bachelor Biologie vervullen, en LIKONA.